Zomer in Lentenmenu

Kijk hier voor onze zomerkaart met overheerljke gerechten.

De Noordse Woelmuis

Er is een band ontstaan tussen de Noordse woelmuis en Het Meer van Lenten. Natuurliefhebbers hebben zich jarenlang tegen de bouw van het Kameleon Paviljoen verzet, omdat ze vreesden dat een leefgebied van de woelmuis werd aangetast.

 

De rechter oordeelde anders: omdat bij de bouw van het paviljoen de rietkraag en de rest van de oever niet wordt aangetast, verandert er voor de Noordse woelmuis vrijwel niets. Zijn kansen zijn na de komst van het paviljoen nog even groot - of klein - als daarvoor. De exploitanten van Het Meer van Lenten zijn natuurminnaars en besteden in een bescheiden expositie in het restaurant aandacht aan deze bijzondere muizensoort.

 

In 1981 werden in het Westfriese Bovenkarspel skeletresten gevonden van een Noordse woelmuis. Uit onderzoek bleek dat ze uit de Bronstijd waren! Het diertje komt al voor in Nederland sinds de laatste IJstijd. Wetenschappers zijn het er over eens geworden dat het moet gaan om de Microtes Oeconomus. De ondersoort arenicola komt alleen in Nederland voor. 

 

Deze woelmuis is in Friesland alleen in het Zuidwest-Friese merengebied, de Groote Wielen, de Friese IJsselmeerkust en in de Alde Feanen te vinden. Omdat de soort moeite heeft zich te handhaven, is ze op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren terecht gekomen.

 

De Noordse woelmuis is vegetariër die rietspruiten, zeggen, biezen en grassen eet. In de winter eet hij schors, zaden en plantenwortels. Ondanks zijn naam moet hij niets van een winterslaap hebben. Hij leeft vooral in rietvegetaties, schaalgraslanden, moerasbossen en schorren. Deze vrij forse muis houdt erg van nattigheid, is een goede zwemmer en heeft een voorkeur voor wisselende waterstanden. De achteruitgang van de soort wordt daarmee in verband gebracht: door het huidige waterbeheer worden sterke wisselingen van de waterstand beperkt. Flinke concurrentie heeft de woelmuis bovendien van de aard- en de veldmuis. Op twee eilanden in het Sneekermeer – de Greate en Lytse Griene – komt de woelmuis volop voor en de aard- en veldmuis niet.

 

De Noordse woelmuis – in het Fries de wrotmûs of rottekop – komt nu nog voor in kleine leefgebieden als de oevers van meren. Door het herstel van de kaden, de grote recreatiedruk en het verdwijnen van de dynamiek van het Friese boezemwaterpeil zijn natte, brede oevers schaars geworden. De populaties woelmuizen staan nauwelijks meer met elkaar in verbinding. Zonder stringente beschermingsmaatregelen ziet de toekomst er voor de Noordse woelmuis dan ook somber uit.

 

 

(bron: ‘Van Wad tot Woud”, uitgave SBB Leeuwarden, ISBN 90 901 5198 2)

 

Rubrieken
Extra